Oliemolens.nl - Rosmolen te Zieuwent - Arnhem- Logo

Rosoliemolen te Zieuwent

Oliemolens.nl - Rosmolen te Zieuwent - Arnhem

Rosoliemolen te Zieuwent

In 1841 richtten Antony Krabbenborg en schoonzoon Harmen Harbers de molen op. De molen stond op het erf van hun boerderij ‘Groot Tilder’ te Zieuwent. De familie was ook in het bezit van een windkorenmolen en  vermogend genoeg om deze investering te doen.

Na de verdeling van de woeste gronden in 1832 groeide de veestapel in Zieuwent gestaag. Raap- en lijnkoeken waren het enige krachtvoer dat tot aan begin twintigste eeuw verkrijgbaar was.

Door de neergang van de oliemolens, er kwam petroleum i.p.v. raapolie, kunstmest waardoor er andere, winstgevender gewassen geteeld konden worden en men kon via Boerenbond in Zieuwent raapkoek van elders betrekken.

Oliemolens.nl - Rosmolen te Zieuwent - Arnhem
Oliemolens.nl - Rosmolen te Zieuwent - Arnhem

Nederlands Openlucht Museum

In 1934 werd de rosmolen verplaatst naar het NOM(Nederlands Openlucht Museum). Aldaar is het meer dan 70 jaar als ‘stille presentatie’ in de originele staat aan bezoekers getoond. In 2003 besloot men de molen tot leven te wekken. Molenmaker Vaags maakte een replica van het origineel en er kwam een nieuwe betonnen fundering onder het slagblok om alle trillingen op te kunnen vangen.

Oliemolens.nl - Rosmolen te Zieuwent - Arnhem

A-locatie in het NOM

Nu is de rosmolen een zogeheten A-locatie in het NOM. Elke dag in het zomer en winterseizoen bemenst door olieslagers waarmee het ambacht levend gehouden wordt en het verhaal van de boerenoliemolen verteld kan worden. De olie wordt in de museumwinkel verkocht en de koeken worden aan bezoek weggeven. Met 550.000 bezoekers per jaar waarvan een aanzienlijk deel de rosmolen bezoekt, is het ambacht echt levende geschiedenis.

Oliemolens.nl - Rosmolen te Zieuwent - Arnhem

Informatie

Adres
Hoeferlaan 4
6816SG Arnhem

Website
Rosoliemolen te Zieuwent

Molendatabase
Bekijk HIER de details van deze molen.

Oliemolens.nl - Achterhoeks Openluchtmuseum (Erve Kots) - Lievelde - Logo

Achterhoeks Openluchtmuseum (Erve Kots)

Achterhoeks Openluchtmuseum (Erve Kots)

Rosmolen Erve Kots

Unieke verschijning

De Rosmolen Erve Kots is een unieke verschijning in het openluchtmuseum Erve Kots in Lievelde. In eerste instantie werd deze molen gebruikt als korenmolen en bevond zich op de boerderij van S.J.J. Geesink te Lievelde. Echter, later verscheen er een volledig intacte oliemolen in de schuur van G.J.J. Geesink te Lievelde.

Het drijfwerk van deze oliemolen werd verworven door de voormalige eigenaar, G.J. Weenink van Erve Kots, toen de schuur omgebouwd zou worden tot veestal. In 1963 werd het drijfwerk met veel zorg naar zijn nieuwe bestemming vervoerd. Het gebouw voor de oliemolen zelf, prachtig uitgevoerd in vakwerk met bakstenen, was pas in 1968 voltooid en het drijfwerk kwam gereed in 1972.

Rosmolen Erve Kots (01)

Voor het paard is er een stal in de molen

Deze molen beschikt over een doodbed met kanttsenen en een slagblok met één laad. Daarnaast zijn er ook een slaghei en een loshei aanwezig. Echter heeft deze molen geen stamper. Verder is er een vuister voor het verwarmen van het meel en een kaak voor het stropen van de koeken. Voor het paard is er een stal in de molen.

Oliemolens.nl - Achterhoeks Openluchtmuseum (Erve Kots) - Kantstenen

Oliemolens.nl Achterhoeks Openluchtmuseum (Erve Kots) - Heien

Onderdeel van het museum

Tegenwoordig is De Rosmolen Erve Kots te bewonderen als onderdeel van het museum. Op diverse Ambachtsdagen gedurende het jaar is de Rosoliemolen in werking.

Meer informatie is te vinden via:

Oliemolens.nl - Achterhoeks Openluchtmuseum (Erve Kots) - Slagbank

Informatie

Adres
Eimersweg 4
7137HG Lievelde

Website
Achterhoeks Openluchtmuseum (Erve Kots)

Molendatabase
Bekijk HIER de details van deze molen.

UNESCO

Molenaarsambacht op UNESCO lijst immaterieel erfgoed

Op 5 december 2017 was het feest voor de Nederlandse molenaars. Het oude ambacht van molenaar is door UNESCO erkend als Cultureel Immaterieel Erfgoed. Een erkenning voor een oud ambacht met een mooie toekomst.

“Immaterieel erfgoed is ‘levend erfgoed’. Het omvat sociale gewoonten, voorstellingen, rituelen, tradities, uitdrukkingen, bijzondere kennis of vaardigheden die gemeenschappen en groepen (en soms zelfs individuen) erkennen als een vorm van cultureel erfgoed. Een bijzonder kenmerk is dat het wordt overgedragen van generatie op generatie en belangrijk is voor een gemeenschappelijke identiteit.”

Oliemolens.nl - UNESCO

Immaterieel Erfgoed

Op 6 december 2023 is het ambacht Olieslaan ingeschreven in de inventaris  Immaterieel Erfgoed Nederland. De molenaars en olieslagers dragen zorg voor het overdragen van het erfgoed. Vrijwillige molenaars spelen daarbij die belangrijke rol, waarmee het ambacht olieslaan als immaterieel erfgoed is aangemerkt. Het ambacht olieslaan is dat immateriële erfgoed.

Olieslaan - Immaterieel Erfgoed Nederland

Een stukje Geschiedenis

Zo’n 5000 jaar geleden schakelde de mens over van jacht/verzamelen naar landbouw. Het graan werd (meestal) door hardwerkende vrouwen gemalen, bijvoorbeeld door deze Egyptische vrouw met een maalsteen.

Oliemolens.nl - Egypte - UNESCO

Kalksteen beeldje uit een graf in Egypte van de 5e Dynastie van het Oude Rijk, 2465-2323 v. Chr.

Rond 6.000 voor Christus wreef men de graankorrels fijn tussen twee stenen. Eén steen was uitgehold, hierop plaatste men een andere steen en zo werden de korrels tot poeder verbrijzeld. Hier van afgeleid is de handmolen die is ontstaan in het begin van onze jaartelling. De handmolen (queerne) of roterende molen bestond uit twee stenen, rond van vorm. Hierin werd het graan tussen een vaste (onderste steen) en een draaibare (bovenste) molensteen van ongeveer 30 cm doorsnede fijn gemaakt. Deze stenen worden ook de ligger en de loper genoemd. De Romeinse uitvinding hiervan stamt uit de 1e eeuw voor Chr.

De ontwikkeling van wind- en watermolens riep al in de Romeinse tijd een nieuw beroep in het leven: dat van mulder of molenaar. Molens aangedreven door slaven of dieren. Als een paard of ezel werd ingezet zijn we gaan spreken van rosmolens. In het Romeinse Rijk trad de watermolen in werking en de arbeid werd uiteraard op slag heel wat lichter.

De Romeinen hebben bijgedragen aan de verspreiding over het Romeinse Rijk, dat tot bij de Rijn zijn noordelijke grens, de Limes kende. Het heeft ettelijke jaren geduurd eer de watergraanmolens zich een plaats wisten te veroveren naast de door slaven of dieren bewogen molens. De minder snelle verbreiding van de waterradmolens moet voor een groot deel toegeschreven worden aan het feit, dat handqueernen en rosmolens overal geplaatst konden worden, terwijl men – wat de watermolens betreft – steeds afhankelijk was van de aanwezigheid van stromend water. In Engeland zijn bij de door de Romeinen aangelegde wal van Hadrianus fragmenten van onderslagraden, benevens complete maalstenen ontdekt van een drietal watermolens uit de 3e eeuw, mogelijk uit het laatst van de 2e eeuw.

Water-, wind- en rosmolens

De ontwikkeling van wind- en watermolens riep al in de Romeinse tijd een nieuw beroep in het leven: dat van mulder of molenaar. Molens aangedreven door slaven of dieren. Als een paard of ezel werd ingezet zijn we gaan spreken van rosmolens. In Rome trad de watermolen in werking en de arbeid werd uiteraard op slag heel wat lichter.

Oliemolens.nl - Water - Wind en Rosmolens - UNESCO

De Griekse geograaf Strabo (64 voor Chr. – 20 na Chr.) vermeldt voor het eerst een watermolen voor het malen van graan, die Romeinse soldaten in het paleis van Koning Mithridates van Pontus (Anatolia, nu Turkije) zouden hebben gezien. Romeinse ingenieurs verbeterden het schepbord, het tandrad en het wiel dat de kracht diende over te brengen op de as van de molensteen en daarmee het prestatievermogen.

Oliemolens.nl - Watermolencomplex Barbegal - UNESCO - Schets
Oliemolens.nl - Watermolencomplex Barbegal - UNESCO - tekening

watermolencomplex Barbegal

Het Romeinse Rijk had veel graan nodig voor de voedselvoorziening van legionairs en steden als Rome en Arlas. Bij Arlas in Frankrijk hebben archeologen recent het Romeins ‘industrieel’ watermolencomplex Barbegal gevonden, 16 bovenslagraderen dreven evenzoveel maalstenen aan. De meelfabriek maakte productie op grotere schaal mogelijk met minder menselijke inspanning.

Het was al bekend dat de Romeinen meesters waren in wat  we nu watermanagement noemen.

In februari 2024 is een artikel verschenen met prachtige illustraties over nieuwe ontdekkingen over het complex bij Barbegal dat je HIER kunt lezen.

Aquaducten met een verval van 30 – 40 cm per kilometer,  badhuizen en loden leidingen voor drinkwater. Er wordt wel  beweerd dat de instorting van het Romeinse Rijk is  veroorzaakt door hersenverweking bij de senatoren, die loodvergiftiging opliepen.

Nadat de water aangedreven graanmolen zijn intrede had gedaan werden in de loop der eeuwen meerdere technieken ontwikkeld zowel qua aandrijving als wat betreft te bewerken producten. Zo werden watermolens ontwikkeld die we nu kennen als getijdemolens, schipmolens, bovenslag- en onderslagmolens. Voor allerlei producten werden water aangedreven molens ontwikkeld, zoals de zaagmolen, papiermolen en oliemolen; eenzelfde aandrijfsysteem voor geheel verschillende bewerkingen.

Oliemolens.nl - Logo - Commissie Olieslaan

Home

Olieslaan

Oliemolens.nl - De Kilsdonkse Molen - Heeswijk-Dinther

Bijschrijving Immaterieel Erfgoed Nederland

Het oude ambacht Olieslaan wordt op 19 april 2024 bijgeschreven in de inventaris van het Immaterieel Erfgoed Nederland. Deze bijschrijving zal ervoor zorgen dat het ambacht niet verloren gaat in de toekomst. Bekijk de beschrijving van dit ambacht en de betrokken oliemolens op www.oliemolens.nl.

Het initiatief voor deze bijschrijving is genomen door Olie- en Korenmolen Woldzigt; het borgingsplan is geschreven door betrokkenen van Olie- en Korenmolen Woldzigt, de Eerbeekse Oliemolen en Noordmolen Twickel. Betrokkenen van alle nog werkende oliemolens in Nederland en een aantal door de schrijvers benaderde bestuurders hebben dit initiatief ondersteund.

Om 16.30 uur bekrachtigen de initiatiefnemers de inschrijving middels het ondertekenen van het document door Hans Meijer, penningmeester en Marjan Schetsberg, bestuurslid van Olie– en Korenmolen Woldzigt, Herman Heskamp, molenaar Eerbeekse oliemolen en Jan Gröneveld, secretaris Stichting Beheer Noordmolen Twickel.

RTV Oost toog ter ere van dit heugelijke feit naar Noordmolen Twickel om mede opsteller van het borgingsplan Jan Gröneveld bij de trots van de vrijwilligers van Noordmolen Twickel te interviewen. Bekijk de reportage hier onder.

Lees het artikel van RTV Oost HIER.

Het ambacht olieslaan bestaat al lang, het eerste gilde voor molenaars en olieslagers is al vóór 1629 opgericht. Oliemolens waren destijds industriemolens, in bijna 1000 oliemolens verwerkten olieslagers jaarlijks 100 à 200 ton zaden. Men werkte in het seizoen dag en nacht in shifts van soms wel 16 uren. Er werd zowel zaad van vlas-(lijn-), kool-, raap- en hennepzaad vermalen en geperst als van onder andere beuken- en walnoten.

Vanaf 1850 ging men olie produceren in fabrieken waarin stoommachines hydraulische persen aandreven. Zo verdween het ambacht bijna volledig. Dankzij individuen, maatschappelijke organisaties en overheden zijn er zowel oliemolens als kennis en vaardigheden rond het ambacht behouden gebleven.

Vandaag de dag wordt het ambacht op dezelfde wijze als vroeger door enthousiaste vrijwilligers beoefend. Wel is er tegenwoordig meer aandacht voor veiligheidseisen en gehoorbescherming, vroeger werden de olieslagers nogal eens ‘lawaaidoof’.

Lees meer

Het Proces

Het proces van olieslaan begint met grondstoffen als vlaszaad, lijnzaad of noten, en met een oliemolen die in beweging komt. Wordt de molen door wind aangedreven, dan draait de molenaar deze aan, betreft het een watermolen dan doet de olieslager dat zelf. Hiermee komen twee grote ronde stenen in de molen, de kantstenen, in beweging die over een metalen plateau rollen. Daaronder maalt de olieslager de gekozen grondstof fijn totdat er meel over blijft. Dit meel wordt op een verwarmde plaat tot ongeveer 50 graden opgewarmd en rond gemixt. Door de warmte kan de olie uit het meel vrijkomen. Het warme meel wordt vervolgens in zakken gestort die tussen persmatten worden geplaatst en op deze volle zakken oefent men druk uit met behulp van heipalen en wiggen. Zo komt er olie tevoorschijn en kan deze worden opgevangen. In de uitgeperste zakken blijft het restproduct over: de ‘koeken’. Deze worden ofwel direct gedroogd tot veevoer, of ze worden opnieuw tot meel gestampt en geperst. Ook hier is het eindproduct een koek.

Olieslaan in een water- of windmolen is een duurzaam ambacht. De olie en restproducten worden op vrijwel energie neutrale wijze geproduceerd en er blijft geen afval over.

De olie is inzetbaar als basis voor zeep en verf. Innovatieve producten die uit de olie voortkomen zijn natuleum, een milieuvriendelijk carboleum, en hardhoutolie.

Sommige molens produceren de lijnolie dusdanig dat deze ook voor menselijke consumptie geschikt is.

Beoefenaars en betrokkenen

Tegenwoordig is er een groep vrijwillige olieslagers die in de nog 19 operationele wind- en watermolens in Nederland olieslaan. De vrijwillige olieslagers ervoor dat het ambacht in stand wordt gehouden en wordt doorgegeven aan een nieuwe generatie. Als er olie wordt geslagen is publiek van harte welkom. Ze kan een rondleiding krijgen waarbij een vrijwilliger het proces van olieslaan toelicht.

Elke oliemolen heeft zijn eigen interne opleiding, die redelijk vlot is te volgen. De vrijwillige olieslagers waarderen het ambacht onder andere omdat het plaatsvindt in een monument – een historische molen in beweging – en omdat je in één middag van grondstof tot product komt: aan het einde van een shift is er olie en/of lijnoliekoeken/lijnmeel.

De voordracht is gedaan door betrokken vrijwilligers van de Olie- en korenmolen Woldzigt, Noordmolen Twickel en Oliemolen Eerbeek.

Olieslaan - Immaterieel Erfgoed Nederland

Bezoek de  oliemolens van Nederland

In Nederland zijn nog 20 oliemolens in werking die soms door beroepsmolenaars, maar veelal door vrijwilligers in stand en beheerd worden. De opgenomen wind- en watermolens in deze website vindt je de gelijknamige items in het menu boven aan de website.

Kom eens bij de molens kijken en laat je verbazen over de vaak prachtige omgeving, de bouw, de techniek en het verhaal van de molenaars en olieslagers over hun molen en eeuwen oude beroep.

Bijschrijving in de inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland

Op 5 december 2017 was het feest voor de Nederlandse molenaars. Het oude ambacht van molenaar is door UNESCO erkend als Cultureel Immaterieel Erfgoed. Een erkenning voor een oud ambacht met een mooie toekomst. Kijk hiervoor op de pagina UNESCO.

Op 6 december 2023 is aan de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland Olieslaan bijgeschreven. In de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland zijn na deze nieuw bijschrijving meer dan 200 vormen van immaterieel erfgoed bijgeschreven waaronder ambachten, feesten en sociale praktijken. Bijschrijving in de Inventaris is een middel om de beoefenaars te helpen bij het levend houden van hun immaterieel erfgoed. Met de bijschrijving in de Inventaris laten zij zien dat ze bezig zijn met de borging van hun immaterieel erfgoed en werken ze aan de zichtbaarheid ervan.

Drie bedrijfsgangen

Olie kan worden geslagen uit vlas-, lijn-, kool-, raap- en hennepzaad en geperst uit onder andere beuken- en walnoten. Dit gebeurt in de volgende drie bedrijfsgangen.

Oliemolens.nl - Kollergang

De eerste bedrijfsgang

De eerste bedrijfsgang is het kneuzen van het zaad, dit gebeurt op de kollergang. De kollerstenen (kantstenen) kneuzen het zaad tot meel. De strijker strijkt het weg spattende zaad weer onder de kollerstenen. Is het zaad voldoende gekneusd, dan laat de olieslager de afloper zakken en opent hij de schuif, waarmee het meel in de meelbak valt.

Oliemolens.nl - Vuister

De tweede bedrijfsgang

De tweede bedrijfsgang is het verwarmen van het zaadmeel. Het verwarmen gebeurt op de vuister. Dit is een uit steen opgebouwde vuurhaard afgedekt met een stalen plaat. Hierop ligt een bodemloze pan waarin het zaadmeel wordt verwarmd tot circa 40 graden. Indien olie wordt geslagen dat niet geschikt is voor consumptie kan dit ook tot circa 80 graden. Als het zaadmeel is opgewarmd schuift de olieslager de pan met de inhoud over de trechters, waarna het zaadmeel in de twee opgehangen buulen (zakken) valt.

Oliemolens.nl - Slagbank

Hier onder wordt in een schets toegelicht hoe de slagbank van een oliemolen werkt.

Oliemolens.nl - Slagbank

De derde bedrijfsgang

De derde bedrijfsgang is het slaan van olie. Dit olie slaan vindt plaats op de persbank (slagbank). De buulen worden hier tussen een persplank gelegd en daarna in de persbank geplaatst. Door middel van een vallende slaghei wordt de slagbeitel naar beneden geslagen en wordt in de slagbank gedreven. Hierdoor komt er druk op het zaadmeel. Dit wordt vloeibaar waardoor de olie uit de buul wordt geperst en in bakken wordt opgevangen.

Oliemolens.nl - Lijnzaadolie

Het eindproduct

De olie bevat altijd stof uit het basisproduct. De olie wordt in vaten opgeslagen om te laten bezinken. Dit duurt enkele weken. Daarna wordt de olie afgetapt boven het bezinksel, met als resultaat heldere olie zoals hier boven is afgebeeld. In dit geval lijnzaadolie.

Indien olie bij voorkeur donker wordt bewaard zoals in een kast, kan het jaren bewaard worden zonder dat er bederf optreed. Lijnzaadolie voor consumptie kan op deze manier meer dan 10 jaar worden bewaard.